Trekmes (Raseru), handgesmeed, met aan weerszijden een houten handvat. Zwart, bruin.
Fijnsnijder, als in Enter, op de knieën of op de trekbank (el burru).
Grote ijzeren taps toelopende zaag met aan een kant een ronde huls met stukken ijzer vastgeklonken. Aan de brede kan een ijzeren rechthoekige stang, ook vastgeklonken, ook met huls. Zwart.
Grote trekzaag, blad heeft rechte bovenzijde en bol zaagvlak. Tanden: ronde inkeping, 2 tanden, ronde inkeping, tand met 2 kleine tanden op 1 vlak. Blad 8,5-16cm. Houten handvaten (32,5cm) met houdertje om de steen, vastgezet met vleugelmoer. Zwart, bruin.
Trekzaag, brede zaag met grote tanden. Smaller toelopend naar een zijde, ook tanden zijn daar kleiner. Op beide uiteinden een handvat, aan brede zijde met middenin een gat, smalle zijde een rechtop staand stuk hout. Bruin, zwart
Brede ijzeren zaag met grote tanden (steeds na 3 puntige tanden een rondje) aan de uiteinden in geklonken en gelaste ijzeren hulzen een houten handvat. Zwart, bruin.
Afkomstig van klompenmaker Bokhorst, Hoevelake. Film aanwezig.
Breed ijzeren zaagblad met tanden (patroon 2-4-2-enz.). In het midden het breedst. Aan de uiteinden zijn houten handvaten bevestigd d.m.v. schroeven en vleugelmoeren. Zwart, bruin.